Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

31 augustus 2010

Een laatste terugblik.

Het is de laatste dag van de meteorologische zomer. Ik heb het echter niet zo op deze afspraak tussen meteorologen, die om praktische redenen de maanden juni, juli en augustus de zomermaanden noemen en richt mij liever op de astronomische zomer, die nog een paar weken doorloopt.
Het afscheid nemen van de zomer valt me zwaar. Al maakt het kutweer van de afgelopen week het afscheid wat minder moeilijk.
Gisteravond heb ik eindelijk tijd gevonden om mijn foto’s van Engeland op orde te brengen. Het zijn er een kleine 500 en ze hebben natuurlijk alleen voor mij betekenis. De herinneringen aan mijn wandeling kwamen op een aangename manier terug, maar inmiddels is het al weer een aantal weken geleden en wordt het tijd dat ik ook deze periode afsluit.
Maar laat ik dit doen door nog eens op een rijtje te zetten wat mij in Engeland is opgevallen.

Het toiletpapier. In tegenstelling tot de Fransen die, als gevolg van het krantenpapier dat ze gebruiken om hun gat mee af te vegen, allemaal last hebben van kloofjes en aambeien, moeten de billen van de Engelsen zo zacht zijn als babyhuidjes. Wat een heerlijk zacht papier gebruiken de Engelsen. Niet alleen zo hier en daar maar overal. In de goedkope hotelletjes waar ik soms in heb geslapen tot en met de wc’s in de openbare toiletten die je overal aantreft. Dit laatste is trouwens ongelooflijk. Zelfs in dorpjes met nog geen honderd mensen vond ik soms een openbaar toilet. En allemaal gratis. Kom hier eens om in ons eigen land, waar je vaak noodgedwongen de gevels van historische gebouwen aan flarden moet zeiken omdat je nergens een toilet vinden kunt. Ook wel lekker. Nederlanders hebben waarschijnlijk de sterkste sluitspieren ter wereld.
De Engelse behulpzaamheid. Omdat ik nergens accommodatie geregeld had moest ik ’s avonds maar afwachten waar ik zou slapen. Tot drie keer toe werd ik hierbij geholpen door iemand die voor me belde, met me mee ging of me met de wagen bracht. Kom hier eens om in Nederland. Geen slaapplaats? Dikke pech.
De bed & breakfast- cultuur. Kamers ingericht als poppenhuizen. Bedden van watten waarin je bijna werd gesmoord door een teveel aan dekens en kussens. Vaak een ontbijt om van te watertanden, dat je van voldoende brandstof voorzag om zeker vijfentwintig kilometer te lopen. Alleen die smerige worstjes kon ik niet door mijn strot krijgen en ook de bacon vond ik niet altijd goed doorgebakken. Daarnaast vertoonden de gastheren en gastvrouwen een vriendelijke gereserveerdheid met een persoonlijke touch, waardoor je toch het gevoel kreeg dat je welkom was.
Het assortiment in de winkels. Ook daar dezelfde popperigheid die je aantrof op een B&B-adres. Een beetje van dit, een beetje van dat. Alles in kleurige blikjes, potjes, zakjes of flesjes. Engeland is één groot poppenhuis.
De mensen. Wat een vreselijk dikke kerels en wijven ben ik hier tegengekomen. Nu heb ik niks tegen dik, maar als je dan een hele kudde dikkertjes tegen komt die zich ongegeneerd vol zit te proppen met ijsjes en patat vind ik dat bepaald geen smakelijk gezicht. Minpunt.
De Engelse onderbroeken. Noodgedwongen moest ik mijn onderbroeken twee dagen dragen omdat er nergens een fatsoenlijke onderbroek te koop was. Nu lijkt twee dagen niet veel, maar als je er twee dagen in gewandeld hebt ruikt dit niet bepaald fris. Een keurig Hema-broekje heb ik nergens kunnen vinden, al heb ik op de laatste dag in Newcastle alsnog een mooi setje kunnen aanschaffen. Menig Engelsman kleedt zich vermoedelijk thuis alleen in het donker uit of aan. Al was het alleen maar om te voorkomen dat zijn partner hem uitlacht.
Fish and chips. De vis tipt niet aan het Hollandse lekkerbekje en de chips is alleen goed voor de vuilnisbak. Volgens mij heeft fish and chips Engeland naar de rand van de afgrond gevoerd. Want je moet na eten hiervan wel zo gedeprimeerd raken, dat je na enige tijd zelfmoord overweegt. De rillingen lopen over mijn rug als ik er weer aan denk.
De koffie. Als deze gezet is met een percolator smaakt hij uitstekend, maar bijna altijd kreeg ik het vreselijkste bocht voor gezet. Gelukkig drink ik alleen ’s morgens koffie om het lijf wakker te krijgen. Maar wat erg als je niet zonder dat spul kunt en je woont in Engeland. Als je naar Nederland zou vluchten en een verblijfsvergunning aanvraagt omdat je wel eens zin hebt in een goeie bak pleur krijg je die vergunning onmiddellijk.

Ja, Engeland is dus ook niet het land waar ik graag zou willen wonen. Maar je kunt er wel fantastisch wandelen en het land is mooi groen. Met de vele regen die er valt is dat overigens niet zo vreemd

In de herfstvakantie moet Paula werken en als ik die week alleen op vakantie wil gaan zal ik moeten uitzoeken wat de mogelijkheden zijn.
Leuk dat ik het nu al weer over vakantie hebben kan, terwijl ik de vorige vakantie nog niet eens heb verteerd. Zoals ik reeds menigmaal schreef: wat hebben die docenten toch een goed leven. Niet dan?

Geen opmerkingen: