“De mens is een dier dat, in uitwerpselen gezeten, droomt van het paradijs.” En "Ik vind dat een mens onder ogen moet zien, hoe oud hij ook is en hoeveel hij ook gestudeerd heeft, dat hij eigenlijk van de hele bliksemse bende niets begrijpt. Ik denk dat dit uiteindelijk een soort boodschap is die ik wil overbrengen." Aldus Piet Vroon, hoogleraar in de psychologie, op 14 januari 1998 dood aangetroffen in zijn huis, slachtoffer van een ongelukkige combinatie van pillen en drank zonder dat duidelijk is geworden of hier sprake was van opzet of een ongeluk. Piet werd 59 jaar. Ja, zo oud ben ik nu ook. Piet was naast psycholoog een begenadigd schrijver. Zijn boek ‘Wolfsklem’ ben ik opnieuw aan het lezen. Toen ik het op 10 oktober 1992 bij Donner kocht heeft Piet het nog gesigneerd.
Ik ben niet zo knap als Piet was, maar ik deel zijn visie op de mens. Als je mijn blog volgt moet dit geen verrassing voor je zijn. Maar ik ben niet het type dat pillen slikt in combinatie met drank. Dat is mij te gevaarlijk. In mijn eentje drinken past niet bij me, al lijkt het mij wel leuk om mij weer eens samen met anderen een stuk in de kraag te drinken op een feest. En daarna ongegeneerd te flirten met alles dat daar beneden niet iets heeft bengelen tussen de benen.
Nee, de zwartgallige opvattingen van Vroon zijn mij niet eens zwartgallig genoeg. Niet alleen dat wij er niets van begrijpen; een ieder die het anders niet begrijpt dan wij slaan wij het liefst de hersens in. Dat mag niet ongestraft in vredestijd, dus we wachten het moment af tot we weer de oorlog in worden gestuurd.
Nee, we deugen niet, maar is dat zo erg? Ik vind van niet. We hoeven gelukkig niets van dit leven te begrijpen om het naar ons zin te hebben. Wat koop je bovendien voor al je begrip?
We hebben het geluk dat we nu leven tussen twee oorlogen. Dat de schappen in de winkels vol zijn. Dat er schoon water uit de kraan komt. Dat onze gezondheidszorg en ons sociale zekerheidsstelsel tot de beste ter wereld behoren. Dat we (bijna) alles ongestraft kunnen zeggen. Dat we leven in een rechtstaat. Verworvenheden waar anderen voor hebben geknokt. Die het waard zijn om opnieuw voor te knokken als men dreigt om ze van ons af te nemen.
Mijn vader had meer pech. Hem hebben ze drie-en-een-half jaar in een krijgsgevangenkamp gestopt. Had-ie natuurlijk ook niet verwacht. Net zo min als ik weet wat mij nog te wachten staat. Maar zolang de beker gevuld is en steeds weer wordt bijgevuld moet je het leven drinken. Bitter en zoet, het is beide goed. Je neemt kennis van alle ellende om je heen, je bent blij dat je nog even wordt overgeslagen, je stort in elkaar van verdriet als jezelf aan de beurt bent, wanhopig vraag je je af waarom juist jou dit moest overkomen, de wond gaat nooit meer dicht, je bent kapot…En voordat de champagnekurken knallen en het nieuwe jaar inluiden ben je al weer vergeten waar je je druk over hebt gemaakt. Tenzij het zo traumatisch is en je leven zo erg heeft ontregeld dat je nog wat langer moet wachten.
Dus geheel in lijn met al deze droefenis en denkend aan al die eenzame meisjes en vrouwen die mogelijk tevergeefs wachten op de prins op het witte paard, lijkt het mij gepast om hier de tekst op te nemen van het ‘vingerlied’. Het leven kan nog zo zinloos lijken, de mens nog zo dom, als God je heeft verlaten en je hebt je vingers nog, dan is er niks aan de hand.
Songtekst: Adele Bloemendaal - "Vingerlied"
Zijn charme moet zeer groot zijn
En in bed spant ie de kroon
Wie is die schone prins
Waar ieder meisje 's nachts van droomt
Dat is je vinger
Je eigen vinger
Dat is de prins, waar ieder meisje
's Nachts van droomt
Die stinkt niet naar jenever
Die kwijlt niet in je nek
Hij doet gewoon z'n werk
En dat doet ie lang niet gek
Je lichaam is een doolhof
Maar hij kent er elke heg
En als moeder plots'ling binnenkomt
Dan stop je 'm even weg
Stel dat je koningin bent
En je man is weer op reis
Wie helpt je dan
Wanneer de grote eenzaamheid verrijst
Dat is je vinger
Je eigen vinger
Die heeft tenminste geen maitresse
In Parijs
De wereld is een rotzooi
Niemand houdt nog van elkaar
Alleen je eigen vinger
Staat altijd voor je klaar
En laat je niets verbieden
Want de priester en de paus
Staan elke nacht tot aan hun knieen
In hun eigen saus
Een vrouw, die zegt "Ik wil niet"
Zegt zoiets niet voor de grap
Soms kost het even moeite
Voor een man dat heeft gesnapt
Maar mijn vinger
Mijn eigen vinger
Heb ik nog nooit de ballen
In z'n maag getrapt
Lala...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten